top of page
1248b9c0-7e75-4c6b-91f2-28fc17b48ae5.JPG

Froya in de bergen

creatieveling

geïnspireerd door natuur

buitenmens

grote dromer

en motivator

over mezelf

Naar buiten, naar het wilde

Ik ben Froya.

Wildplukster, natuurmens, bergmens.
Iemand die graag tussen de bergen woont, maar af en toe terugkeert naar de stad. 

​

Ik hou van wat er gebeurt wanneer je de deur achter je dichttrekt en begint te wandelen.

Van het geluid van je stappen op een bospad. Van koude handen rond een kop koffie. Van een plant die je plots herkent, nadat je haar honderd keer voorbij bent gelopen. Van de geur van natte aarde. 

​

De natuur is gul. Ze geeft.

Tussen het gras groeien planten die we nauwelijks nog zien. Bloemen die we onkruid noemen. Kruiden met een geschiedenis die veel ouder is dan wij. Eetbare bladeren, bessen, wortels en bloemen die zomaar, bijna achteloos, langs ons pad staan te wachten.

​

Ik neem je mee om opnieuw te leren kijken.

We gaan samen op pad, langzaam genoeg om iets te kunnen missen. We zoeken naar wilde planten en kruiden, naar eetbare bloemen en kleine schatten die de natuur ons geeft.

We leren ze herkennen, ruiken, proeven en gebruiken.

​

Maar wildplukken gaat voor mij niet alleen over wat je kunt eten.

Het gaat over aandacht.

Over je handen vuil maken. Over iets maken met wat je onderweg vindt. Een kruidenboeket voor op tafel. Een krans van takken en bladeren. Een klein tekeningetje van een bloem die je onderweg tegenkwam. Een potje dat je vult met iets waarvan je gisteren nog niet wist dat het bestond.

Soms maken we helemaal niets. Dan wandelen we.

Of we zoeken een plek in het gras en gaan liggen. We luisteren naar de wind door de bomen en kijken hoe de wolken voorbijschuiven.

 

We koken iets eenvoudigs. We delen eten en verhalen.

En ergens tussen het wandelen, verzamelen, maken en nietsdoen, gebeurt er iets.

De haast verdwijnt.

De telefoon blijft wat langer in je zak. De klok verliest haar betekenis. Je hoofd wordt stiller en je blik wordt zachter.

Misschien komt daar dat kleine, onbezorgde kind weer even boven.

Het kind dat vroeger uren kon verdwijnen in een bos, een beekje of een hoop bladeren.

Dat is waar ik je mee naartoe wil nemen.

Niet naar een ingewikkelder leven, maar naar een eenvoudiger leven.

Naar buiten. Naar het kleine. Naar wat er vlak onder onze neus groeit.

Want we hebben misschien veel minder nodig dan we denken om ons goed te voelen.

Een pad om te volgen. Een handvol wilde planten. Iemand om mee te delen. En tijd. Veel tijd.

 

De natuur is bovendien dichterbij dan we soms denken. Je hoeft niet naar een afgelegen bergdal te reizen. Ze begint in de stad, in een berm, tussen twee stoeptegels, onder een boom.

Het wilde is niet ver weg.

We zijn het alleen een beetje verleerd om het te zien. Dus kom mee.

We wandelen. We kijken. We plukken. We maken. We proeven. We zitten stil.

We vergeten even de tijd.

En misschien ontdekken we onderweg dat eenvoud helemaal niet saai is. Dat er magie zit in het gewone.

We hebben niet veel nodig om geluk te vinden. De natuur om ons heen biedt meer dan we denken.

En het mooiste?

We hoeven het niet alleen te ontdekken. We doen het samen.

froyawildpluk

"all good things
are wild and free"
Henry David Thoreau

Van Stad naar Wildernis

Er is een tijd geweest waarin ik dacht dat ik de wereld moest redden.

Ik was jong en kwaad om wat er gebeurde met de aarde. Ik las, protesteerde, praatte erover en trok naar de stad, op zoek naar mensen die hetzelfde voelden. Ik vond ze. In de stad waren er altijd mensen met plannen, met idealen, met een affiche onder de arm en een hoofd vol ideeën over hoe het anders kon.

Maar ik werd moe van het vechten.

En telkens wanneer dat gebeurde, zocht ik de natuur op.

Daar hoefde niets opgelost te worden.

Een bos stelt geen vragen. Een rivier vraagt niet om een standpunt. De bergen waren er gewoon, oud en onverschillig, en juist dat vond ik troostend.

Ik denk dat daar iets begonnen is.

 

Ik heb altijd van mooie dingen gehouden. Van de uitbundigheid van een bloemenveld, maar evengoed van een afgebladerde gevel in een drukke straat. Ik kan lang blijven kijken naar kleur, naar vormen, naar het licht dat ergens op valt.

Dus begon ik in Antwerpen een bloemenwinkeltje.

Ik maakte boeketten die eruitzagen alsof ze onderweg uit een veld waren geplukt. Wild en kleurrijk, met bloemen die niet helemaal wisten waar hun plaats was. Ik hield ervan.

Tot ik begon te kijken naar waar die bloemen vandaan kwamen.

Achter de schoonheid zat een wereld van serres, transport en pesticiden. Het romantische beeld van de bloemen bleek minder onschuldig dan ik had gehoopt.

 

Daarna kwam het kledingmerk. Biologisch katoen, ecologische verhalen, een onderneming die groeide. Ik bleek goed te zijn in ondernemen. Misschien zelfs té goed. Er kwam succes. Er kwam geld. Er kwam een gouden kooi.

En toch werd het vanbinnen steeds stiller. Op een dag wist ik dat ik eruit moest.

Niet omdat het mislukt was, maar omdat het geslaagd was op een manier die niet meer bij mij paste.

 

Later begon mijn lief een koffiebar. Ik vond hem wat kaal.

Dus zette ik er planten neer. Eerst een paar. Toen nog wat meer. En voor we het wisten was de koffiebar veranderd in een groene plek midden in Borgerhout. Een plantenbar, waar je tussen het groen koffie kon drinken en kon dromen over een gevel vol klimplanten, een tuin met wilde bloemen, een straat met fruitbomen.

Ik wilde de stad niet langer verlaten. Ik wilde haar vergroenen.

Een beetje meer aarde tussen de stenen. Een beetje meer leven tussen de auto's.

 

Maar ondertussen begonnen de bergen steeds harder te roepen.

Je kent dat misschien: een verlangen dat eerst klein is, bijna onhoorbaar, en dat jaar na jaar groeit.

 

Op een dag luister je. Nu wonen we midden in de natuur.

's Morgens ligt de mist soms laag tussen de bergen. In de zomer ruikt het bos warm en kruidig. In de herfst liggen er bladeren op de paden en dragen de struiken bessen. In de winter wordt het stil.

Hier zijn we opnieuw begonnen.

 

We verbouwden zelf een oude plek tot een gîte. Steen voor steen, met onze handen, met vallen en opstaan, met meer geduld dan we soms dachten te hebben. En nu mogen andere mensen hier even binnenkomen.

We nemen hen mee de bergen in. We leren kijken naar wat er groeit. We wandelen, wildplukken, koken buiten, maken vuur wanneer het kan. Soms doen we helemaal niets.

Ik wil mensen opnieuw laten voelen wat de natuur met je doet.

Niet als een les.
Niet als een opdracht.

Meer als een herinnering.

Dat je je handen in de aarde kunt steken en daar iets van jezelf terugvindt.

Dat je niet veel nodig hebt om rijk te leven.

Want hoe verder ik van de stad ging, hoe beter ik begon te begrijpen wat luxe voor mij betekent.

Geen groter huis.
Geen mooiere auto.
Geen volle agenda.

Maar tijd.

 

Tijd om een berg op te wandelen zonder ergens op tijd te moeten zijn. Tijd om onder een boom te liggen. Tijd om soep te maken boven een vuur. Tijd om te kijken hoe het licht over een vallei schuift.

En toch geloof ik nog altijd in de stad.

Misschien omdat ik er zelf vandaan kom.

 

De natuur is geen plek waar je naartoe moet verhuizen om haar te mogen voelen. Ze begint op de plek waar je bent.

In een wilde berm.
Een handvol kruiden op een balkon.
Een boom die je straat ouder maakt.
Een stukje aarde tussen twee tegels.

De natuur is van niemand.

En dus ook van ons allemaal.

Mijn droom is eenvoudig: mensen opnieuw verliefd laten worden op wat er al is.

Op het wilde.
Op het trage.
Op het levende.

Of je nu woont tussen de bergen of tussen honderdduizend bakstenen.

Een klein stukje wildernis is misschien soms al genoeg.

​

Un petit peu de sauvage.

bottom of page